cisalpinus

Xerocomus cisalpinus Simonini & al.

 

Hoed 50-60 mm breed, halfbolvormig tot gewelfd dan uitspreidend, met iets ingebogen rand, jonge exemplaren, gelijkmatig rood- tot grijsbruin, geheel fijn fluwelig-viltig, snel openbrekend in kleine onregelmatige plakjes, waartussen het bleek rode vlees zichtbaar wordt; vaak duidelijk blauw vlekkend bij aanraking. Buisjes bochtig aangehecht tot iets aflopend, recht tot buikig, tot 12 mm lang, geelgroen, sterk blauw vlekkend bij kneuzing. Poriën 1-2 per mm, geelgroen, blauw verkleurend bij aanraking. Steel 50-80 x 5-14 mm, cilindrisch, naar voet versmallend, bleek geel in bovenste deel, rozerood in onderste deel, met grove lengtevezels en fijne schubjes, die in het middelste deel vaak rood zijn. Vlees vuilwit met een fijne rode lijn onder de hoedhuid; in de steelvoet vaak bruinig of roodachtig; sterk blauw verkleurend, vooral in de steel en in het centrale deel van de hoed. Geur en smaak onbeduidend.

Sporen 10-14.5 x 4.0-5.5, average 12-14 x 4.5-5.0 μm, Q = 2.2-3.3, Qav = 2.5-2.8, ellips- tot spoelvormig met duidelijke deuk boven de apiculus, relatief dikwandig, bruinig in water, zwak gestreept in olie-immersie, duidelijk gestreept in SEM. Hoedhuid een 70-250 µm dik, verweven trichoderm van cilindrische hyfen met torpedovormige eindcellen, die  8-20(-30) μm breed zijn. Pigment sterk geincrustreed.   

Ecologie en verspreiding.—Ectomycorrhiza vormend met Eik op zandige, humusrijke bodem. Tot dusver gevonden in een aantal bossen in de binnenduinrand en het gooi, mogelijk met wijdere verspreiding.

De Blauwvlekkende fluweelboleet kan in het veld worden onderscheiden door zijn sterk gebarsten bruine tot bruinrode hoed met roodachtige tinten in de barstjes en de sterke blauwverkleuring. Vooral het laatste kenmerk is doorslaggevend als verschil met de Roodstelige fluweelboleet, X. chrysenteron. De sporen zijn duidelijk gestreept. Toen ik de soort voor het eerst voorstelde in Coolia (Noordeloos, 2006), was ik me er niet van bewust dat hij al uitgebreid onder de naam Boletus chrysenteron was beschreven door Ooolbekkink in 1991. Merkwaardig genoeg hebben Ladurner en Simonini (2003) dat ook niet opgemerkt, toen ze deze soort als nieuw beschreven. Dan hadden ze een andere naam gekozen (cisalpinus betekent “van over de alpen”; wat verwijst naar de vermeende zuidelijke verspreiding in europa). Verschillende meldingen uit Zweden, Engeland, Nederland, België en Duitsland bevestigen dat de soort eerder “transalpien” is. De blozende fluweelboleet, X. communis, komt vaak in dezelfde habitat voor als X. cisalpinus, en kan dan worden onderscheiden door de meestal wat lichtere hoedkleur en het minder sterk verkleurend vlees. Bij twijfel kunnen de sporen uitsluitsel geven, want die van X. communis zijn smaller en glad

 

 

 

 

 


 

cisalpinus2

cisalpinus1

cisalpinus3