chrysenteron

Xerocomus chrysenteron (Bull.) Quél.

Hoed 20-90(-150) mm, halfbolvormig dan uitspreidend tot gewelfd of bijna vlak, met iets ingebogen rand; jong heel donker bruin tot roodbruin, soms bijna zwart, dan lichter rossig brui of grijsbruin, vaak met een iets olijf tint; viltig-wollig, spoedig openbrekend in kleine eilandjes, waartussen het rozerode hoedvlees zichtbaar wordt. Buisjes tot 12 mm lang, breed aangehecht tot aflopend op de steel; recht of buikig, groengeel, niet verkleurend. Poriën 1-2 per mm, rond tot hoekig, groengeel, niet blauw verkleurend. Vlees wit in hoed met een rode lijn net onder de hoedhuid; wit in het bovenste deel van de steel, in het midden met rode tinten in het vlees en steelhuid, soms tot in de steelvoet. niet of slechts zeer zwak blauwverkleurend in het grootste deel van het vlees, soms iets duidelijker in een smalle zone tussen steeltop en hoedvlees, nooit blauw in de steelvoet.


Sporen 9.0-13.5 x 4.0-6.5 µm, Q = 2.3-3.5, Qav = 2.6-2.9, ellipsvormig met een deukje boven de apiculus, met iets verdikte wand, die bruin is in water of ammonia. Hoedhuid een tot 250 μm dikke laag, opgebouwd als een verweven trichoderm van sterk geincrusteerd hyfen, 5-15 μm breed met kleurloze of geincrusteerd, tot 20 μm brede eindcellen.


Ecologie en verspreiding.—Ectomycorrhiza vormend met naald- en loofbomen, voornamelijk Den, Eik en Beuk, op matig voedselrijke, humeuze bodems. Verspreiding slecht bekend door de verwisseling met andere soorten en het tot nu toe verkeerd gebruikte soortconcept .

De Roodstelige fluweelboleet goldt tot nu toe in ons land als één van de meest algemene en vaakst gemelde fluweelboleten. Echter, nu we een Europese bewerking hebben waarin de soort uitgebreid is vastgelegd, blijkt dat we onze interpretatie van deze soort moeten herzien. De Roodstelige fluweelboleet, zoals beschreven door Ladurner & Simonini (2003) is gekenmerkt door een relatief donkere hoed met rood vlees tussen de barsten op de hoed, en niet verkleurend vlees. Microscopisch is de soort gekarakteriseerd door gladde sporen en relatief brede hoedhuidelementen. Hij is geassocieerd met naaldbomen en soms ook met Beuk. Als zodanig is het een soort die in Nederland beslist niet algemeen is. De meeste meldingen van de Roodstelige fluweelboleet gaan terug op de Blozende of de Bedriegelijke fluweelboleet, respectievelijk X. communis en X. cisalpinus, die meestal bij loofbomen groeien en beide duidelijk blauw verkleurend vlees bezitten. Vergelijk ook de discussie bij deze laatstgenoemde soorten. Ook bestaat er verwarring met de Purperbruine fluweelboleet, X. pruinatus, die echter een niet of zelden openbarstend hoedoppervlak heeft, en gelig vlees in de steel, dat meestal duidelijk blauw verkleurt.

 

chrysenteron1

chrysenteron2

chrysenteront3